Van Boeda naar Pest, en weer terug

We gaan naar Boedapest. Ik, Zus, mijn moeder en schoonzus Jan. Wij gaan vaker op citytrip (zie: Berlijn en Antwerpen) en dat pakt altijd goed uit. Echter, Jan leest onderweg een alarmerend artikel over vrouwen die met elkaar op vakantie gaan: er is altijd een Leider, een Luiwammes, een Zeikerd en een paar Volgers. En elk van deze types kan de boel ontwrichten! Gelukkig kennen wij elkaar al lang en zijn we gewend aan elkaars rollen: wij weten dat een Leider ook Volgers nodig heeft en als de Zeikerd zeikt, reageert de Luiwammes hier altijd perfect op, namelijk niet. Tot een ontwrichting zal het bij ons niet snel komen.

Ons hotel is in Pest, aan de oostkant van de Donau. We steken de Vrijheidsbrug over naar Boeda om daar de Gellèrtberg te beklimmen. Bovenop de berg staat een vrijheidsbeeld; een 14 meter hoge bronzen vrouw met een groot palmblad in haar handen. Vanaf de berg is er een formidabel uitzicht over de stad en de rivier.

We bezoeken de Burchtheuvel, gaan met een antieke kabelbaan weer naar beneden en lopen verder langs de Donau. Jan roept ineens: ‘Hé, hiervandaan kan je het poppetje ook zien’. We kijken om, ze doelt op het majestueuze beeld, symbool van de vrijheid, waar we kort daarvoor vlakbij stonden. De rest van het weekend, noemen we alle standbeelden ‘poppetjes’. Ook omdat we tot de conclusie komen dat we geen namen van bekende Hongaren kennen. Behalve de ouders van Paul Simon, die hier geboren zijn. En Zsa Zsa Gábor, die meer bekend stond om haar 9 huwelijken dan haar acteerprestaties (aldus Wikipedia).

Na vele kilometers strijken we neer bij een café. De serveerster neemt onze bestelling op en vraagt dan: ‘Do you want wifi, or do you want to talk?’ Briljante vraag, al zeg ik het zelf. Wij kiezen voor praten. Die bundel is onbeperkt bij ons.

Het mooiste café van Pest, aldus mijzelf, is Central 1887. Hier kwamen ooit beroemde schrijvers en dichters samen, om (veel) te drinken, te praten en te schrijven. Aan de muur hangen foto’s van literaire grootheden. Op mijn placemat lees ik: ‘Be a poet. Write a poem here’, ik pak meteen een pen en waan me even een literaire grootheid in 1887.

We lopen over de Andrássy út, een boulevard van ruim 3 km lang, omgeven door villa’s en dure winkels. We kijken af en toe in een etalage en schrikken van de prijzen. Behalve Zus, die steevast roept: ‘Beter te duur, dan niet te koop’.

In de Joodse wijk bezoeken we de grootste Synagoge van Europa. Een gids vertelt ons over de dramatische geschiedenis en de Jodenvervolging die hier heeft plaatsgevonden. In het interieur van de Synagoge blinkt goud en in de binnentuin ligt een massagraf. Na zijn verhaal mogen we vragen stellen. ‘Maar..’ zegt hij streng ‘Ik geeft geen antwoord op politieke vragen. En ook niet op religieuze’. Daarna weet niemand nog een vraag te bedenken. In de Tuin der Rechtvaardigen lopen we langs een zilveren treurwilg. De boom des levens, die nooit zal sterven. Aan de takken hangen blaadjes met op elk blaadje de naam gegraveerd van iemand die de oorlog niet heeft overleefd. Mooi.

En dan rijden we weer naar het vliegveld en denk ik aan alle bijzondere plekken die we gezien hebben, en aan de cocktails die we op grote hoogte hebben gedronken in de Skybar en aan de dansers die ’s avonds spontaan dansten tussen verlichte fonteinen.

Boedapest, een stad met een mediterrane sfeer en een heftig verleden, waar een weekend toch echt te kort is.

Share This:

1 gedachte over “Van Boeda naar Pest, en weer terug

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *