Kamperen bij de B(r)oer

Kamperen
Vriendin Cé en ik besluiten om een nachtje te kamperen bij de Boer, alias mijn Broer. We nemen onze kleine mannen mee, hun vaders laten we thuis. Als de auto’s zijn volgeladen met tenten, luchtbedden, slaapzakken, knuffels etc., lijkt het of we drie weken weg gaan.

Op de boerderij aangekomen is de lucht bewolkt, ondanks de zonnige voorspellingen. De wind is inmiddels omgeslagen in een lichte storm. Cé arriveert, in zomerse outfit, en rolt met haar ogen als ze mijn donsjack ziet.

Vol goede moed gaan we aan de slag met de opbouw van het tentenkamp. Cé heeft een tent van haar vader. Hij wil hem wel schoon en heel terug, heeft hij benadrukt. Dat soort richtlijnen werken altijd averechts bij mij. Deze tent is ingewikkeld. Het is om te beginnen al onduidelijk wat de voor- en achterkant is. De haringen die we in de grond stoppen, vliegen er met dezelfde vaart weer uit. Ooit een tent opgezet bij windkracht 10? Als we de buitentent bijna zijn kwijtgeraakt door een rukwind (en slechte montage) roepen we hulptroepen in. Een neef van mij (met technische achtergrond en kampeerervaring) komt net terug van een zeiltrip. Onze redder in nood! Hij bekijkt het geheel en geeft ons een theoretische uitleg over het opzetten van een tent. Daarna wenst hij ons succes met de uitvoering en loopt weg. Ik herken deze managementstijl. Cé en ik kijken wanhopig naar de scheefstaande tent, waarop we ons afvragen of we niet beter eerst een wijntje kunnen drinken. We besluiten om door te gaan, want wijn zal onze bouwkwaliteiten niet verbeteren.

Een flinke poos later, als de tenten staan, zitten we in de zon (en wind) met een Franse wijn. Onze kampeertrip is van start. De jongens bouwen hutten en scheuren voorbij op skelters en traptrekkers en komen alleen langs bij ons als ze honger hebben.

Het echte campinggevoel is compleet als we ‘s avonds uitgenodigd worden voor een bingo avond op de boerderij. De jongens gaan alvast, maar Cé en ik besluiten om eerst de tenten slaapklaar te maken. Ik snap de aansluiting van de pomp met mijn luchtbed niet. Broer komt aangesneld met een compressor. Dit werkt ook niet. Mijn eer te na, maar dan toch een telefoontje naar Man. Als hij opneemt zegt hij niet: ‘Hallo schat, hoe gaat het!’. Nee, hij zegt: ‘Je stoort me bij hole 6, dit moet wel heel belangrijk zijn!’

Dan het luchtbed van Cé; op het eerste oog een enorm handig ding, zoals alles op Tell Sell onmisbaar lijkt in je leven. Je sluit hem aan op stroom en hop, hij blaast zichzelf op. Tot je op een bepaald punt denkt: ‘Wordt ie echt nog groter?’. Het luchtbed is tentvullend, zowel in de breedte als in de hoogte. Er is weinig ruimte over tussen de bovenkant van het luchtbed en het tentdak. Ik leg de slaapzakken erin en als ik de tent uit kruip, blijft mijn haar vast zitten in de rits van het voorpand. Ik zit muurvast en Cé ligt gevouwen van de lach in het gras. We arriveren te laat bij de bingo, de fles champagne is al gewonnen, maar het is een topavond.

Ik heb weleens beter geslapen. In de nacht is er een continue stroom van geluiden: jongens die vechten om een Donald Duck, geiten die op hun eten wachten, katten die spelen met loshangende scheerlijnen en er is wind, veel wind. De jongens zijn om 6.00 klaarwakker en ik ook. Ik denk aan hoe Zus dit zou vinden. Zus die sowieso niets snapt van mensen die vrijwillig back to basic gaan. Ze zegt altijd: ‘Ik slaap graag onder de sterren, maar het moeten er wel minimaal 5 zijn.’

Het ontbijt met boerenkaas en kakelverse eitjes maakt een hoop goed. En na nog een heerlijk dagje boerderij, keren we huiswaarts. Kamperen bij de B(r)oer….onvergetelijk!

Share This:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *