Een Koets, een Koning en de Moeder van Enzo Knol

prinsjesdagEn dan is het Prinsjesdag. Onze Koning leest de troonrede voor. Samen met mijn kleine prins kijk ik alles nog even na op uitzending gemist. Nieuwsgierig naar wat de Koning voor nieuwtjes heeft en ook omdat er een bekende van mij in de Ridderzaal zit die ik wil spotten. Om privacy redenen noem ik geen namen (nee, het is niet Máxima). Ik kan haar herkennen aan een rode jurk en, zoals ze zelf zegt, een dode vogel op haar hoofd.

Kleine prins kijkt geïnteresseerd mee en voorziet de uitzending van gepast commentaar. Zo vindt hij de koets aan de kleine kant. Ik leg uit dat de mensen vroeger kleiner waren. En dat ons gezin toevallig tot de grotere soort behoort. En dat het goed is dat z’n vader geen Koning is, want die zou niet in de koets passen.

Als Ankie Broekers-Knol, de voorzitter van de Eerste Kamer, de Koning aankondigt, hoor ik naast me:
‘Hé, is dat de moeder van Enzo Knol?

Als de Koning plaatsneemt op de troon:
‘Die stoel is wèl groot genoeg voor papa’

En dan:
‘Wie is dat ook alweer mam, die man met die bril? Ik zie hem vaak op t.v.’
‘Bedoel je Mark Rutte?’ vraag ik.
‘Nee, nee, hij komt zo wel weer in beeld, hij lijkt op de broer van de Koning. Ja, dat is hem! Kleine prins wijst naar het scherm.
‘Dat ìs Mark Rutte! Onze minister-president.’ Zeg ik verontwaardigd. Basis Jeugdjournaal kennis, denk ik dan.

De Koning vervolgt zijn toespraak. Hij is optimistisch, alhoewel hij niet echt een vrolijke toon in zijn stem heeft. Alles verloopt volgens protocol. Iedereen luistert aandachtig en de hoeden zijn spraakmakend; Jet Bussemaker draagt een hoed gemaakt van labels van kleding (wie bewaart wat die heeft wat) en Marianne Thieme draagt een mannen hoed waar op staat dat het een mannen hoed is (om misverstanden te voorkomen).  

Mijn bekende zit koninklijk te midden van hoeden en grijze pakken. We hadden het er laatst over hoe leuk het is om een keer bij zoiets aanwezig te zijn. Alleen is er altijd die angst voor dat stemmetje in je hoofd. Het stemmetje dat we allemaal kennen. Dat je bij zo’n bijeenkomst zit die aan elkaar hangt van protocollen en op een doodstil moment hoor je het: ‘Sta op! Nu! Roep iets!’. Je moet er niet aan denken dat je hier geen weerstand aan kan bieden. Alhoewel, of je wordt direct afgevoerd of je zorgt voor een nieuwe traditie. Johannes Hendricus Donner kon het stemmetje in zijn hoofd niet weerstaan. Op Prinsjesdag 1897 riep hij na het afsluitende ‘Leve de Koning’ heel hard: ‘HOERA, HOERA, HOERA’. En sindsdien doet iedereen hem na.

Een Koning en zijn koets:

Share This:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *